Overprikkeld of moe? Niet alle vermoeidheid is hetzelfde

Een tijd geleden was ik een week lang op een festival. Een bewust festival (zonder alchohol en drugs) waar je op tijd naar bed kon, maar toch waren er veel nieuwe mensen, indrukken en ervaringen. Ik kampeerde daar heerlijk in een bos.

En toch merkte ik na een paar dagen na het festival iets wat ik niet had verwacht: ik was een stuk rustiger. Niet uitgeput, maar écht ontspannen, op een manier die ik in mijn gewone leven al een tijd niet meer had gevoeld. Pas toen ik weer thuis was, drong het tot me door hoe druk ik mij voel in mijn normale leven.

Niet druk in de zin van een volle agenda, maar druk in de zin van een hoofd dat de hele dag kleine dingen blijft bijhouden zonder dat er ooit een moment komt waarop dat stopt.

Dat is een raar gegeven om te verwerken als ademcoach. Ik werk elke dag met mensen om hun systeem te laten ontspannen, en toch had ik zelf niet doorgehad hoeveel ik onbewust aan het bijhouden en vasthouden was, zowel in mijn hoofd als in mijn lichaam tot de context wegviel en ik kon voelen wat er onder lag. Dat is denk ik precies waarom zoveel mensen bij mij binnenkomen met de zin: "Ik ben gewoon moe." En vaak klopt dat niet helemaal. Ze zijn niet moe.

Ze hebben een hoofd en lichaam vol openstaande “tabladen” die nooit worden afgesloten, en dat voelt niet als vermoeidheid zoals we die kennen.
Je bent niet alleen moe. Je systeem zit vol met informatie, spanning en onafgeronde processen.

Niet alle vermoeidheid is hetzelfde

Als iemand zegt "ik ben moe", zegt dat eigenlijk nog vrij weinig, want er schuilen minstens vier verschillende toestanden achter dat ene woord.

Fysieke vermoeidheid is de vorm die we het beste kennen en die we eigenlijk best willen ervaren: je hebt gesport, gewandeld, geklust, je spieren voelen zwaar en je lichaam vraagt om herstel. Wat daarbij vaak opvalt, is dat je hoofd juist rustiger wordt na die inspanning, omdat je lichaam energie heeft gebruikt en daarna makkelijker terugschakelt. Dat is een gezonde vorm van belasting. We zijn gemaakt om moe te worden van inspanning, niet om uitgeput te raken van aanhoudende spanning.

Mentale vermoeidheid is van een andere orde. Die ontstaat wanneer je brein de hele dag informatie moet verwerken, veel beslissingen moet nemen, steeds moet schakelen tussen taken en rollen. Je lichaam heeft dan misschien nauwelijks bewogen, maar je hoofd heeft de hele dag gewerkt, en dat merk je aan verminderde concentratie, sneller afgeleid raken, of simpelweg het gevoel dat je hoofd vol zit.

Emotionele vermoeidheid wordt daarnaast vaak onderschat, misschien juist omdat hij minder zichtbaar is. Constant rekening houden met anderen, veel verantwoordelijkheid dragen, spanning vasthouden, jezelf voortdurend aanpassen: dat kost energie, ook als er van buiten weinig te zien is. Aan de buitenkant lijkt iemand dan gewoon druk, terwijl er van binnen voortdurend belasting is.

En dan is er nog een vierde vorm, die niet zozeer over hoeveel je doet gaat, maar over hoeveel je systeem te verwerken krijgt: overprikkeling. Een melding, een gesprek, een verandering in de planning, een onverwachte vraag, een drukke omgeving. Op zichzelf lijken dat allemaal kleine dingen. Maar wanneer je zenuwstelsel te weinig kans krijgt om die te verwerken, stapelt die belasting zich op. Je bent dan niet zozeer moe. Je bent vol.

Wat er onder overprikkeling zit

Wat ik in sessies vaak zie, is dat mensen die overprikkeld zijn niet zozeer te weinig hebben gerust, maar te veel hebben opgestapeld zonder het te verwerken. Een gesprek dat niet helemaal is uitgesproken. Een mail die wel gelezen maar niet beantwoord is. Een besluit dat je even hebt uitgesteld. Op zichzelf is elk van die dingen klein, maar ze blijven ergens openstaan, en dat kost je systeem stilletjes capaciteit, de hele dag door.

Dat is ook precies wat er op dat festival gebeurde, alleen dan omgekeerd. Ik kreeg objectief gezien meer prikkels binnen dan normaal, muziek, mensen, een omgeving zonder schermen. Maar het waren andere prikkels: er kwam geen stroom kleine besluiten en halfafgemaakte taken bij die ergens moesten blijven liggen. Er werd simpelweg niets opgestapeld. En dat is waarschijnlijk waarom ik daar rustiger werd terwijl de hoeveelheid prikkels niet per se lager was. Het onderscheid zit niet in hoeveel er gebeurt, het zit in of je systeem de kans krijgt om dat bij te werken.

Waarom moe zijn niet altijd genoeg is om te kunnen ontspannen

Een deel van de verklaring zit in wat slaapdruk heet. Gedurende de dag bouw je die druk op: hoe langer je wakker bent, hoe groter de natuurlijke behoefte aan slaap wordt. Maar slaapdruk is maar één kant van het verhaal.


Aan de andere kant staat hoeveel je systeem nog te verwerken heeft. Je kunt dus een enorme slaapdruk hebben en toch merken dat ontspannen niet lukt, simpelweg omdat er nog te veel openstaat.

Vanuit de polyvagaaltheorie wordt beschreven hoe je zenuwstelsel voortdurend signalen uit je omgeving beoordeelt en bepaalt of het kan ontspannen of alert moet blijven. Dat kan helpen verklaren waarom sommige mensen zich herkennen in wat vaak "tired and wired" wordt genoemd: uitgeput en tegelijk onrustig. De theorie is uitgebreider en wetenschappelijk onderwerp van discussie, maar het model helpt veel mensen om beter te begrijpen waarom ontspanning soms moeilijk voelt.

Hoe je zelf het verschil kunt merken

Er is een simpele vraag die ik mensen vaak stel: als alle prikkels nu zouden verdwijnen, geen telefoon, geen muziek, geen gesprekken, wat gebeurt er dan?

Word je rustig, of merk je dat je hoofd blijft doorgaan met dingen die nog niet zijn afgerond?

Ontstaat er juist onrust of de behoefte om iets te gaan doen zodra het stil wordt?

Als dat laatste het geval is, speelt overprikkeling waarschijnlijk een grotere rol dan je zelf had gedacht. En dan is de vraag niet zozeer hoe je minder moe wordt, maar waar je vermoeidheid eigenlijk vandaan komt. Ben je fysiek moe, mentaal vol, emotioneel leeg, of vooral overprikkeld?

Zolang je de verkeerde oorzaak probeert op te lossen, blijf je tegen hetzelfde probleem aanlopen, ook al doe je verder alles goed.

Wat je hier praktisch mee kunt

Bij fysieke vermoeidheid heb je vooral herstel nodig: slaap, voeding, rustige beweging, tijd. Je batterij is leeg en moet opladen.

Bij overprikkeling ligt dat anders. Wat dan vaak het meeste helpt, is niet meer rust maar bewust verwerken wat er nog openstaat, voordat je het laat opstapelen. Dat kan heel klein zijn: aan het eind van de dag drie minuten opschrijven wat er nog rondspookt, zonder dat meteen te hoeven oplossen. Alleen het benoemen geeft je systeem al een signaal dat het gezien is en niet actief hoeft te blijven bewaken.

Het helpt ook om overdag bewust korte, écht lege momenten in te bouwen. Niet scrollen tussen twee taken door, want dat is nieuwe input, geen verwerking. Even naar buiten kijken, een stukje lopen zonder telefoon, een gesprek echt afronden voordat je aan het volgende begint. Klein, maar het is precies het verschil tussen een systeem dat de hele dag vult en een systeem dat af en toe wordt bijgewerkt.

En dat is misschien wel de belangrijkste conclusie: meer rust is niet altijd de oplossing. Soms heb je vooral verwerking nodig, en dat is iets anders dan slapen alleen. Misschien ben je dus niet alleen moe. Misschien heb je gewoon een hoofd vol tabladen die nog niet zijn afgesloten, en is dat iets wat je kunt leren bijhouden voordat het zich opstapelt.


De ademhaling als ingang naar herstel

Overprikkeling ontstaat vaak niet alleen doordat er te veel prikkels zijn, maar vooral doordat je lichaam onvoldoende herstelt van al die prikkels.

Ademwerk kan daarbij helpen door je stressrespons te verminderen en je zenuwstelsel uit een constante staat van alertheid te halen.

Een rustige, bewuste ademhaling verlaagt de hartslag, vermindert spierspanning en brengt je aandacht uit je hoofd terug naar je lichaam. Daardoor voel je eerder wanneer je grenzen bereikt en kun je sneller herstellen tussen drukke momenten.

Prikkels verdwijnen niet, maar ze voelen vaak minder overweldigend omdat je lichaam beter leert schakelen van spanning naar ontspanning.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen moe zijn en overprikkeld?

Bij vermoeidheid vraagt je lichaam vooral om rust. Bij overprikkeling is er vaak niet alleen behoefte aan rust, maar ook aan verwerking van alles wat die dag is blijven liggen, waardoor je moe kunt zijn en toch moeilijk kunt ontspannen.

Hoe weet ik of ik moe of overprikkeld ben?

Stel jezelf de vraag: als alle prikkels nu zouden verdwijnen, word ik dan rustig, of voel ik juist onrust en de behoefte om iets te doen?
Voelt stilte ongemakkelijk, dan speelt overprikkeling waarschijnlijk een grotere rol dan gewone vermoeidheid.

Waarom help meer slapen niet altijd tegen overprikkeling?

Omdat slaap vooral fysieke vermoeidheid oplost. Overprikkeling ontstaat doordat je zenuwstelsel onverwerkte input heeft opgestapeld, en dat lost zich niet automatisch op met meer uren slaap. Bovendien kan je dus in slaap vallen terwijl je nog in een aanstand staat. En dat je dus 's nachts heel veel prikkels moet gaan verwerken omdat je dat overdag niet hebt gedaan. En dan eigenlijk een heel onrustige slaap hebt, waardoor je weer fysiek eigenlijk niet goed kan bijkomen.

Interne links:

- Waarom gaat je hoofd 's avonds niet uit?

- Waarom krijg je juist angst als je ontspant?

- Burn-out preventie versus herstel

Tijdens een ademcoachingssessie onderzoeken we waar jouw systeem blijft hangen: in spanning, overprikkeling of uitputting. Met ademwerk en lichaamsgerichte oefeningen leer je weer schakelen tussen actie en herstel.

Volgende
Volgende

Waarom gaat je hoofd ’s avonds niet uit? (En waarom eerder naar bed gaan zelden helpt)